Mystiek
en
wiskunde:
Brouwer,
Gödel, en de
“Gemeenschappelijke
Kern”-
Stelling (GKS)
Wij
willen de uitgevers bedanken voor de
uitnodiging om aan deze
uitgave bij te dragen. Bij de ontwikkeling van de ideeën, die wij
hier voorleggen, hebben wij de vruchten geplukt van discussies met een
aantal personen. In het bijzonder zijn we dank verschuldigd aan
John en Cheryl Dawson, Mitsu Hadeishi, Piet Hut, William Kallfelz,
Juliette Kennedy, Rudy Rucker, Steven Tainer, en Olav Wiegand.
Bovendien zijn wij de familie Dawson
erkentelijk voor het ons
welwillend ter beschikking stellen van de een catalogus van Gödels
privé-bibliotheek, en de familie Sonnenberg voor het ons
verschaffen van uitmuntende voorwaarden om samen te werken. Een onzer,
van Atten, verrichtte zijn werk onder een Postdoctoraal Fellowship van
het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen (België), dat
in dank vermeld wordt.
Thans gepubliceerd in W. Deppert and M. Rahnfeld (red.), Klarheit in Religionsdingen Leipzig: Leipziger Universitätsverlag 2003, pp.145160.
David Hilbert opende ‘Het Axiomatische Denken’ [15] met de opmerking dat ‘de belangrijkste dragers van het wiskundige denken,’ ‘in het belang van de wiskunde zelf, altijd […] de verbanden met het domein van de fysica en de [filosofische] kennistheorie hebben gecultiveerd.’ Wij hebben in L.E.J Brouwer en Kurt Gödel twee van die ‘zeer belangrijke dragers van het wiskundige denken’, die de verbanden met de filosofie in het belang van de wiskunde hebben gecultiveerd (zij het niet alleen daarom). En in het cultiveren van de verbanden met de mystiek in het belang van de wiskunde (zij het niet daarom alleen), zijn beiden de filosofie voorbijgegaan.
Er bestaat een basisopvatting van mystiek, die hier bijzonder relevant is. (‘Mystiek’ benoemt dat.) Die komt overeen met een basisopvatting van filosofie (‘Filosofie’), die hier ook bijzonder relevant is. Zowel de Mysticus als de Filosoof begint in een toestand van een nogal onaangenaam, existentieel onbehagen, en streeft naar een toestand van duurzaam welbehagen. Voor de Mysticus en de Filosoof bestaat de weg naar dat welbehagen, door onderricht over het werkelijke en ware goede van alle dingen. Om die reden zijn Mystiek en Filosofie drievuldig optimistisch: er bestaat een werkelijk, waarachtig goede van alle dingen, de Filosoof en de Mysticus kan erover onderricht worden en, aldus onderricht, kan het hen welbehagen schenken.
Zie volledige (niet-mobiele) versie: