L.E.J.BrouwerL. E. J. Brouwer
1881-1966



Pijltje Voorpagina

Brouwer’s kritiek op
‘het hersenschimmig alles’,
door prof. J. H. van den Berg


Uit: “GEDANE ZAKEN” door Prof. Dr. Jan Hendrik van den Berg, 1977

De kritiek op het hersenschimmig alles is van 1907. In dat jaar verscheen het proefschrift van de nederlandse wiskundige Brouwer, aan welk proefschrift de drie woorden zijn ontleend.

Luitzen Egbertus Jan Brouwer werd op 27 februari 1881 te Overschie geboren. Hij bezocht de hogere burgerschool in Hoorn waarna het gymnasium in Haarlem, en liet zich in 1897 aan de Universiteit van Amsterdam inschrijven in de wis- en natuurkunde. In 1907 promoveerde hij cum laude op het proefschrift Over de grondslagen der wiskunde. Het jaar erop verscheen zijn opzienbarende artikel (in het Tijdschrift voor Wijsbegeerte) over De onbetrouwbaarheid der logische principes, waaruit aanstonds enkele gedachten. Vanaf 1909 was Brouwers hoogleraar aan de universiteit van Amsterdam. In 1966 overleed hij door een verkeersongeval.

Het hersenschimmig alles, daarover ging het zojuist toen ik de lezer verzocht zich voor te willen stellen wat men zegt met zo’n gemakkelijke uitdrukking als alle gehele getallen of alle decimalen van π. Wat met de simpele woorden gezegd is valt niet te overzien, ligt buiten alle bevatting, ontsnapt aan werkelijk begrip, en mag daarom met recht hersenschimmig genoemd worden. Het behoeft ons niet te verwonderen, schrijft Brouwers in zijn proefschrift (blz. 162), dat de Cantorianen op contradicties

stooten, en hun eigen verwondering kan alleen zijn te wijten aan begripsverwarring. 

In het artikel van 1908 maakte Brouwer dit nader duidelijk met zijn voor velen ergerniswekkende kritiek op de wiskundige toepassing van het logische principe ‘van de uitgesloten derde’. Van dat principe maakt ieder dagelijks gebruik. Bijvoorbeeld. Men wacht in het duister tot de regen ophoudt. Om zich ervan te vergewissen of het nog regent houdt men de hand buiten de overdekte plek waar men schuilt. Op de hand voelt men geen regen. Het is droog, luidt de conclusie. De conclusie grondt op het logische principe ‘van de uitgesloten derde’, het principium tertii exclusi, met deze inhoud dat, wanneer van twee elkaar tegensprekende vaststellingen de ene vaststelling niet waar is, de andere juist dient te zijn — aangezien een derde mogelijkheid niet bestaat. Het regent of het is droog. Regent het niet, dan is het droog. Want een derde mogelijkheid bestaat niet. Bevat de telefoongids van de eigen woonplaats, die elke abonnee met zes cijfers bedeelt, dit telefoonnummer: 666666? Ja of nee. Geen derde antwoord is mogelijk. Wie wil weten of het nummer 666666 inderdaad wel of niet voorkomt, opent de gids en volgt de kolommen nummers.

Bij het laatste begon Brouwer’s kritiek op het befaamde, nooit betwijfelde logische beginsel van de uitgesloten derde. Dat wil zeggen, Brouwer aanvaardde het beginsel van de uitgesloten derde voor eindige verzamelingen, zoals de verzameling telefoonnummers in de telefoongids. Hij aanvaardde het gebruik van dit beginsel voor oneindige verzamelingen niet. Ziehier zijn verduidelijking, met iets andere woorden dan die men bij Brouwer vindt. 


Zie volledige (niet-mobiele) versie:

www.levenkunstmystiek.info


Pijltje Voorpagina      Pijltje Bovenkant