Zie
(niet-mobiele) website:
www.levenkunstmystiek.info
Leven, kunst en
mystiek
door
L. E. J. Brouwer
DELFT – J. WALTMAN Jr. - oorspronkelijke uitgave 1905
Precies
100 jaar geleden
schreef de toen 23-jarige
wiskundestudent Bertus
Brouwer het waarschijnlijk meest radicale, revolutionaire en
profetische boekje
ooit verschenen. Maar het werd genegeerd en doodgezwegen. In zijn
biografie van
Brouwer (alleen nog te verkrijgen in de ramsj bij
Steven Sterk,
Utrecht)
schrijft Dirk van Dalen: De inhoud van
het boekje liegt er inderdaad niet
om. Maar
wanneer men het ontdoet van de provocerende passages, blijft het
uiteindelijk
het gepassioneerde betoog van een mysticus. Echter lezers, zo die er al
waren,
werden in de eerste plaats getroffen door de aanstootgevende passages.
Leven,
Kunst en Mystiek is altijd een raadselachtig, om niet te zeggen
gênant, werkje
geweest voor Brouwer-kenners. Het boekje is praktisch doodgezwegen. Men
was
veel te bang dat het niet zozeer de man, als wel zijn werk in
diskrediet zou
brengen.
In zijn
Introduction to Life,
Art and Mysticism (zie link onderaan bldz.) schrijft Walter P.
van Stigt: Heyting was een van Brouwer’s meest loyale
studenten; hij hield de zaak van het intuitionisme levend toen Brouwer
zich in
“stilzwijgen” terugtrok, al was het nogal nadrukkelijk. Toen ik in een
discussie in 1966 over de bibliografie van Brouwer voor het eerst gewag
maakte
van Leven, Kunst en Mystiek, leek Heyting nogal verrast en wees “dat
boekje”
als “volstrekt irrelevant” …. een jeugdzonde ….liever vergeten, van de
hand.”
Hij gaf toe dat hij het nooit gelezen had maar dat hij op de hoogte was
van de
extravagante inhoud.
Brouwer wist heel goed wat
hij schreef en was zich terdege bewust van de profetische strekking van
zijn
boekje. Al in 1903 schrijft hij aan zijn vriend Carel Adama van
Scheltema: [….] wij zijn de profeten, die, boden tussen
God en het mensdom, de ontwikkeling, het werken, de groei, de
ontbloeiing
daarvan leiden en bezielen met de dauwdruppels, die ons van de vingers
vlieten.
Het waren voornamelijk de
onbarmhartige kritiek en het maatschappelijk pessimisme die de lezers
ergerden
of verontrustte. Prof. Korteweg (zijn leermeester) schreef Brouwer, die
hem een
exemplaar toegestuurd had:
“Waarde
Brouwer,
Dat
ik belang in u stel en daarom de toezending van uw
werkje apprecieer, daarin vergist ge u zeker niet. Of ik het lezen zal?
Ik
bladerde het door, maar het is niet de lectuur die ik wens of die goed
voor mij
is. Het is waar dat er vlak naast ons
van die
peilloze afgronden zijn, maar ik houd er niet van op de rand daarvan te
wandelen. Het maakt mij duizelig en
minder
bekwaam voor wat ik te doen vindt. Of het voor u goed is betwijfel ik.
Zoveel
is zeker, dat ik u liever op andere paden wandelen zie, al valt het mij
ook
daar soms moeilijk u te volgen, waar gij zo diep door het
principiële vaart.
Met vriendelijke groet,
Uw D.J. Korteweg.”
Het is een
rebels en
revolutionair geschrift, wat dus verdonkeremaand is en afgedaan is als
een
jeugdzonde van een angry young man.
In zijn
biografie citeert van
Dalen Brouwer: “nog enige jaren zal ik
obscuur moeten zijn, dan zal mijn greep gevoeld worden. Juist omdat ik
de
nietigheid van al het aardse voel, zal geen zijbestreving of vrees mijn
gang
storen”. Hij schreef dat toen hij 23 was en zijn biograaf schrijft
daarop: “Wie zoiets als 23-jarige schrijft, moet
ofwel een megalomane fantast ofwel een zelfbewuste uitverkorene zijn “
Zie volledige
(niet-mobiele) versie:
www.levenkunstmystiek.info